+32 (0)56 123 123
Verkopen op de top? Geen goed idee.

Zelfs de onklopbaar gewaande Amerikaanse S&P 500-index viel in de lente van dit jaar bijna 20 procent terug. Maar daarna kwam het herstel en na een klim van 25 procent worden op Wall Street de hoogste koersen ooit bereikt.

De recente stijging is koren op de molen van de (talrijke) Belgische particuliere beleggers die geleerd hebben om bij elke dip aandelen te kopen. Die strategie werkt tot de dip een echte val wordt en de markt niet snel herleeft. Velen verliezen dan hun vertrouwen en geduld en stappen op het slechtst mogelijke moment uit.

Maar ook verkopen op de top is geen goed idee, want op echt lange termijn kent de beurs per saldo maar één richting: hoger. Driekwart van de tijd klimmen de beurzen, onderbroken door periodes van dalingen die, toegegeven, meestal heftiger verlopen dan de beklimming.

 

In- en uitstappen? Of in de markt blijven?

Duncan Lamont, hoofdonderzoeker bij vermogensbeheerder Shroders, onderzocht de rendementen van aandelen over de voorbije 100 jaar en bevestigt de beurswijsheid dat het de ‘time in the market’ is die voor een superieur rendement zorgt en niet de ‘timing’. Met timing proberen beleggers in en uit te stappen en zo dalende koersen te vermijden. Het probleem is dat de overgrote meerderheid daarmee vooral een deel van de klim mist. Daardoor behalen markttimers meestal een lager rendement dan beleggers met een buy-and-hold-strategie, die dus lange tijd in de markt blijven.

De reden? Het is heel moeilijk om te voorspellen hoe economische variabelen zullen evolueren, laat staan hoe ze mekaar zullen beïnvloeden. Bovendien zijn mensen en markten dynamisch: ze reageren en anticiperen, wat vaak tot verrassende resultaten leidt en compleet het omgekeerde oplevert dan verwacht.

Wat leert het verleden? Wie in januari 1926 100 dollar in de Amerikaanse aandelenmarkt belegde en die nooit verkocht, had eind 2024 een vermogen opgebouwd van 103.294 dollar (cijfers en rendementen gecorrigeerd voor inflatie). Dat is spectaculair, maar het is gewoon een jaarrendement van 7,3 procent, dalingen inbegrepen. Een belegger die steeds uitstapte als de beurs een nieuw record bereikte en het geld in afwachting van lagere koersen minimaal een maand op een spaarrekening zette, realiseerde slechts een rendement van 4,8 procent. In geld uitgedrukt is de ‘schade’ nog veel groter, want het vermogen is door die hoogtevrees slechts gegroeid tot 9.922 dollar. Of 90 procent minder dan de strategie om altijd belegd te blijven.

Dat verkopen op de top niet zo slim is, is bovendien gemakkelijk te begrijpen als u weet dat de beurzen zich een derde van de tijd op het hoogste niveau ooit bevinden.

Goed, mensen leven natuurlijk geen 100 jaar, laat staan dat ze zolang beleggen. Maar ook over kortere periodes van 10, 20, 30 en 50 jaar levert verkopen op de top volgens de studie van Duncan gemiddeld steevast een lager rendement dan belegd blijven.

 

Nieuw record is koopsignaal

Sterker: een nieuwe top op de beurzen is op korte tot middellange termijn meestal een koopsignaal. Sinds 1926 leverde een aankoop bij een nieuwe ‘alltime high’ de volgende 12 maanden een rendement op van gemiddeld 10,4 procent, versus 8,8 procent voor andere instapmomenten. Na drie jaar was dat momentum verdwenen en leverde kopen op de top een jaarrendement van 7,5 procent, evenveel als bij een buy-and hold-strategie. Dat momentumeffect, waarbij sterk klimmende koersen een voorbode zijn voor verdere hausses, speelt vooral op kortere termijnen.

Het voorbije decennium speelde het momentumeffect ook sterk bij individuele aandelen: aandelen die fors klommen, bleven dat doen, terwijl zwakke aandelen achterbleven. Vooral technologieaandelen en een klein kransje Amerikaanse bigtechaandelen (zoals Apple, Microsoft, Meta en Nvidia) trokken de beurzen.

Dit jaar is de markt veranderd. Bigtechaandelen kenden een (korte) inzinking, maar, vooral, de Europese beurzen presteerden plots veel beter dan Wall Street. Na een lange periode van zwakte leverden Europese aandelen in de eerste helft van 2025, inclusief valutaverschillen, zelfs 25 procent meer op dan Amerikaanse aandelen. Ook kleine beurskapitalisaties in Europa leefden op.

En zo komen we tot een nuancering van de buy-and-hold-strategie. In aandelen belegd blijven is aangewezen, maar u kunt natuurlijk wel de samenstelling van uw portefeuille aanpassen. Bijvoorbeeld met aandelen uit andere sectoren en regio’s.

 

Defensieve aandelen oppikken

Weinig economen twijfelen eraan dat de invoering van de Amerikaanse handelstarieven een grote impact zullen hebben op de economie, de bedrijven en de beurzen. De hogere prijzen voor ingevoerde goederen zullen de inflatie in de VS hoger jagen, en de koopkracht van de Amerikanen en de groei aantasten. Combineer klimmende inflatie en afnemende groei en we krijgen stagflatie. Dat is het slechtste scenario voor de beurzen. De voorbije eeuw was er in de VS 17 jaar stagflatie. De helft van die tijd was er een negatief rendement op Amerikaanse aandelen.

Het is mogelijk om de ‘time in the market’ hoog te houden en toch niet blindelings mee te varen met de beursindices. Eenvoudige stappen zijn om minder in Amerikaanse aandelen te beleggen en meer in Europese aandelen en de opkomende economieën.

Op basis van de Amerikaanse beursstatistieken in tijden van stagflatie presteerden sectoren als IT, communicatie en financials het zwakst. Vastgoed, nutsbedrijven, energie en grondstoffen presteerden het best. Over de Europese beurzen zijn er minder statistieken beschikbaar, maar het lijkt niet dwaas om te verwachten dat als grootmacht Amerika het minder doet, ook in Europa meer defensieve aandelen te verkiezen zijn. Vastgoed en nutsbedrijven zijn defensieve sectoren en er zijn best veel bedrijven die niet of weinig actief zijn in de VS.

 BRON DE STANDAARD